Jac P. Thijsse en het Naardermeer
Op een heel gewone dag ergens in het jaar 1905 kreeg Jacobus Thijsse een heel bijzondere brief. Heel veel stond er niet in.
‘We maken koekjes.
We hebben u nodig.
Kom eens langs om te praten.’
Het briefje was ondertekend door Ericus, Albert en Anton Verkade.
‘Die zijn natuurlijk van de koekjes,’ zei de vrouw van Jacobus. ‘Wat willen koekjesbakkers nou van een schoolmeester.’
‘Er is maar een manier om daarachter te komen,’ zei Jacobus. ‘Ik neem de uitnodiging aan.’
Het werd een boeiend gesprek.
‘Kent u onze koekjes?’ vroeg Albert. ‘Ikzelf vind ze in een woord verrukkelijk.’ En hij stak een wafeltje in zijn mond.
‘Onze kaakjes zijn goedkoop en toch perfect,’ zei Anton terwijl hij er een in zijn thee doopte.
‘Nu moeten we nog reclame maken om ervoor te zorgen dat de mensen onze koek en biscuit willen kopen. En ook onze waxinelichtjes,’ zei Ericus terwijl hij een lucifer bij een lontje hield.
‘We dachten eerst aan advertenties in alle kranten,’ zei Albert.
‘Of reclameborden op alle pleinen,’ vulde Anton hem aan.
‘Maar weet u waar de mensen het meest van houden?’ zei Enricus. ‘Ze houden van verzamelen. En zo zijn we tot het volgende plan gekomen: als we nu eens bij elke verpakking een plaatje cadeau geven. Die plaatjes kunnen worden verzameld in een album.’
‘En wat staat er dan op die plaatjes?’ vroeg Jacobus.
‘Bomen!’ riep Anton enthousiast.
‘Bloemen, vogels en insecten,’ somde Ericus op.
‘De mensen houden van de natuur,’ zei Albert
Jacobus luisterde geïnteresseerd, maar had nog steeds geen idee wat hij met dit plan te maken had.
‘We zouden kunnen beginnen met een album over de lente,’ stelde Albert voor. ‘En daarna misschien over de zomer, de herfst en de winter.’
‘En daarom hebben we u laten komen,’ zei Ericus. ‘Want in die plakboeken moeten natuurlijk ook verhalen staan. Verhalen over bomen, bloemen, vogels en insecten.’
‘We vroegen ons af wie dat soort verhalen zou kunnen schrijven,’ zei Anton. ‘En u zult wel begrijpen, dat is er maar één en dat bent u.’
‘Ik voel mij zeer vereerd,’ zei Jacobus. ‘Mag ik er en weekje over nadenken?’
‘Prima,’ zei Ericus. ‘Volgende week praten we verder.’ En hij blies zijn wangen op om het theelichtje uit te blazen.
‘Ik heb een fantastische opdracht gekregen,’ vertelde Jacobus aan zijn vrouw. ‘Ik mag verhalen schrijven over de natuur voor Verkade.’
‘Zou je dat nou wel doen?’ vroeg zijn vrouw. ‘Het gaat die lui natuurlijk vooral om het geld.’
‘Dat mag dan zo wezen,’ antwoordde de schrijver. ‘Maar het is een geweldige kans om een groot publiek over al het moois in de natuur te vertellen. Ik ken een paar heel geschikte tekenaars voor de plakplaatjes, dus ik kan zo aan de slag. De drie heren van Verkade willen graag dat ik met de lente ga beginnen.’
‘Je gaat toch niet naar hun pijpen dansen, Jac?’ vroeg zijn vrouw.
Jacobus schudde zijn hoofd. ‘Integendeel,’ antwoordde hij. ‘Zodra ik de vier seizoenen heb gedaan, ga ik een boek maken over het Naardermeer. Ik heb gehoord dat de gemeente Amsterdam dat prachtige meer wil gebruiken om hun afval in te dumpen. Ik heb aan de burgemeester geschreven dat het een schande is. Het Naardermeer is een van de mooiste natuurgebieden van ons land. Zoveel bijzondere vogels zie je nergens. En weet je wat ik als reactie kreeg?’
‘Nou?’ vroeg zijn vrouw.
Voor de Amsterdammers is het Naardermeer niet meer dan een waardeloze plas.
‘En wat heeft Verkade hiermee te maken?’ wilde mevrouw Thijsse weten.
‘Nou,’ zei Jacobus. ‘Ik dacht zo: ik probeer al jaren om aandacht te vragen voor al het moois in de natuur. Tot nu toe heeft dat niet veel geholpen. Samen met die koekenbakkers kan ik een veel groter publiek bereiken. Misschien kunnen we wel een vereniging oprichten van mensen die net als ik van de natuur houden.’
‘Goed idee,’ zei zijn vrouw. ‘Wil je nog een koekje?’
‘Lekker,’ zei Jacobus. ‘Door mij maar een froufrou.’
Een jaar later lag het eerste album, met de titel De Lente in de winkel. Jacobus had zijn best gedaan om een mooi verhaal te schrijven over wat de lente zo bijzonder maakt. Over de eerste zwaluwen, de bloesem, de sneeuwklokjes, de wilgenkatjes, de bollenvelden en de nestelende vogels.
Heel Nederland begon met het verzamelen van de gratis plaatjes. Het album was voor 50 cent te koop. En dan begon het inplakken. Met een potje gluton bij de hand werden de koolmezen, zanglijsters, winterkoninkjes en koekoeken bij het juiste nummer geplakt. Bij al dat gezellige inplakwerk werd natuurlijk koek van Verkade gegeten. En dat leverde weer nieuwe plaatjes op. Voor het ruilen van de plaatjes werden ruilbeurzen opgezet. Wie alle 144 plaatjes had verzameld keek reikhalzend uit naar het volgende deel.
Dat volgende deel verscheen weer precies een jaar later. Met als titel De Zomer. Jac. schreef over de bloemen in de wei, over de gouden regen en de blauwe sering. Hij schreef over rupsen en vlinders. Hij schreef over verrukkelijke kersen, bramen en frambozen.
Het Nederlandse volk sloeg weer aan het verzamelen.
En ondertussen begon Jac. zich voor te bereiden op het volgende deel: De Herfst. Hij maakte lange wandelingen en deed zo inspiratie op voor nieuwe verhalen. Die gingen natuurlijk over wegtrekkende vogels, vallende bladeren, bospaddestoelen en tamme kastanjes.
Hij schreef zelfs een verhaal over de jacht. Want in de herfst trokken de jagers eropuit om op fazanten, konijnen, hazen en ganzen te schieten. Ook dat hoorde bij de herfst. Zelf kon Jac. de lol van dat jagen niet inzien. Hij hield meer van de vruchten van de herfst: appels, druiven en peren.
Het kon niet uitblijven, na deel 3 kwam er ook een deel 4. In De Winter vertelde Jac. over ijs en sneeuw en wat dat met de natuur doet. De tekenaars tekenden weer 144 plaatjes met dennenappels, vossen, marters, reeën en damherten in winterse taferelen. Ze tekenden maretak, judaspenning, hulst en kerstroos. Ze tekenden staartmezen en kuifleeuweriken op zoek naar voedsel.
De Verkadebroers konden tevreden zijn. Van hun albums werden er miljoenen verkocht. Iedereen kende de koekjes, de kaakjes en de theelichtjes van Verkade.
Door zijn verhalen in de plakboeken werd schoolmeester Jacobus een beroemde schrijver. Door zijn toedoen werd er een vereniging opgericht voor het behoud van natuurmonumenten. Het allereerste monument dat de vereniging aankocht was... het Naardermeer. Door het werk van Jacobus Thijsse veranderde een waardeloze plas in het allereerste natuurgebied van ons land.
