PIETJE EIGENWIJS

Pietje Mondriaan gaat verhuizen. De hele familie vertrekt van Amersfoort naar Winterswijk.  Vader Pieter wordt daar hoofd van een school. Alles wordt ingepakt, in kisten, koffers en dozen.

Pietje heeft de hoedendoos van zijn vader gekregen, om er al zijn spulletjes in te doen. Eén doos? Hij heeft zeker drie dozen nodig om er al zijn tekeningen, kleurpotloden, schriften, knikkers en tollen in te stoppen. Wat mag hij houden? Wat moet hij wegdoen?

--

Pietje gaat voor de laatste keer naar zijn school in Amersfoort.

Alle kinderen in de klas hebben voor het afscheid een tekening voor hem gemaakt. Mooie tekeningen, vooral portretjes van Pietje zelf. Het zijn heel verschillende Pietjes, maar hij is het allemaal wel. Zo zien de kinderen hem. Ze hebben hun best gedaan, want niemand is blij dat vrolijke Piet vertrekt.

Voor het afscheid heeft Pietje een tekening gemaakt van de hele klas, met de meester. Alle kinderen zitten op de takken in een grote boom. Kleurige vogels: parkietjes, kanaries en roodborstjes, maar met de gezichten van de kinderen. De meester is de strenge wijze uil, boven in de boom.

---

De laatste nacht thuis slapen ze op de vloer in de voorkamer. De muren zijn  leeg. De schilderijen en de foto’s die zijn vader heeft gemaakt zijn al ingepakt.

--

Ze vertrekken vroeg. Pietje mag naast de voerman op de bok van de paardenwagen zitten. Ze rijden de straat uit. Het doet Piet toch wel wat pijn in zijn buik, ook al vertrekt hij niet voor goed. In de zomer mag hij  bij zijn oom Frits op vakantie komen. Maar nu heeft hij het gevoel dat hij verhuist naar de andere kant van de wereld.

--

In Winterswijk staat een groot leeg huis. Ze dragen hun spullen naar binnen. Ook deze eerste nacht slapen ze op een uitgerold vloerkleed, in een huis met kale muren.

--

‘Wat heb je daar?’ vraagt vader aan Piet als die voor de eerste keer thuiskomt van de nieuwe school. Hij heeft een stapeltje vellen vol tekeningen van dieren.

‘Dit zijn mijn nieuwe klasgenoten,’ zegt Pietje. ‘Ze hebben allemaal zichzelf getekend. Ik heb hen gevraagd om zichzelf te tekenen als hun lievelingsdier.’

‘Het zijn vooral honden en poezen,’ zegt vader vrolijk. ‘Je bent in een leuke klas terechtgekomen. Hang je ze in jouw kamertje?’

‘Nee. Ik stuur ze naar mijn oude school. Ik heb de kinderen daar beloofd dat ik ze een tekening zou sturen van mijn nieuwe klas.’

--

Pietje krijgt een tekentafel op zijn kamer, want tekenen is zijn lust en zijn leven. Hij maakt mooie tekeningen van alle dieren die hij in de weilanden en de bossen rond het dorp ziet. Vogels, koeien, paarden. Hij laat ze aan zijn vader zien.

‘Ik zie vooral schetsen,’ zegt vader, die zelf ook tekenleraar is. ‘Vierkanten, cirkels en driehoeken.’ Hij is wat verbaasd.

‘Het zijn nog maar schetsen,’ zegt Piet. ‘Ik ga nu een echte koe tekenen’

Hij tekent een koe, met een kop met groene ogen,  met witte, rode blauwe en gele vlekken en een staart van zes meter.

‘Zo zien koeien er toch niet uit,’ zegt vader.

‘Mijn koeien wel,’ zegt Pietje.

‘Jij bent Pietje Eigenwijs,’ zegt vader. ‘Wat wil je hebben voor je verjaardag?’

‘Een verfdoos,’ zegt Piet.

--

Een paar weken later is Piet jarig. Hij krijgt een doos met waterverf in alle kleuren.

Aan de tafel op zijn kamer probeert hij alle kleuren uit. Met het kwastje zet hij ze streepje naast streepje, op een groot vel papier.

‘Het lijkt wel een schilderij,’ zegt zijn zus Christien. Ze zit aan de andere kant van de tafel, en tekent zomerse jurken voor meisjes en dames.

‘Het is alleen maar om de kleuren goed te bekijken,’ zegt Piet.

--

De post brengt een pakketje voor Piet, uit Amersfoort. Het is een foto van zijn oude school. Op het schoolplein gemaakt, op zijn laatste dag, van alle kinderen, samen met Pietje. Piet is er blij mee, maar nu hij alle vriendjes terugziet doet het weer een beetje pijn in zijn buik.

--

Pietje wordt groot. Een hele Piet. Net als zijn vader wordt hij tekenleraar. Hij verhuist vaak. Naar Amsterdam, Parijs, weer Amsterdam, Domburg en Laren.

In Laren woont hij vanaf 1915 tot 1919. Hij raakt er bevriend met veel kunstenaars, want Laren is dan al een bekend kunstenaarsdorp. Een van hen is Bart van der Lecq, die net als Piet graag nieuwe dingen tekent en schildert.

----

Op een dag zijn Piet en Bart samen aan het werk in het atelier van Piet. ‘Wat heb je daar?’ vraagt Bart als hij een grote bruine envelop ziet.

‘Dat zijn  de tekeningen en schilderijtjes uit mijn kinderjaren,’ zegt Piet.

‘Hee, kijk eens,’ zegt Bart.  Hij pakt het vel papier met de probeersels die Pietje heeft gemaakt met de kleuren uit zijn eerste verfdoos.

‘Dat maakte ik toen ik een jaar of acht was,’ zegt Piet.

‘Het is heel mooi,’ zegt Bart. ‘Weet je dat het al een beetje lijkt op hoe jij nu schildert?’

‘Dat had ik zelf nog niet gezien,’ zegt Piet verrast. Hij hangt het vel aan de muur.

‘Je ziet zo dat jij dat hebt gemaakt, zegt Bart. ‘En dat schilderijtje van die koeien in alle kleuren. Dat is echt typisch voor hoe jij ook nu nog met kleuren werkt.’

‘Klopt,’ zegt Piet. ‘Mijn vader noemde mij al Pietje Eigenwijs.’

---

Zo blijkt achteraf dat de kleine Piet al een voorloper was van de grote Piet die hij later zou worden. Door hun vernieuwende werk worden Piet Mondriaan en Bart van der Lecq de voorlopers van een nieuwe richting in de beeldende kunst. Een stroming die DE NIEUWE STIJL wordt genoemd.

Later is Piet Mondriaan wereldberoemd geworden met het schilderij ‘Victorie Boogie Woogie’. Het hangt in het Gemeentemuseum in Den Haag.

PIETJE EIGENWIJS