Een stoomtram, een hotel en een dorp vol kunstenaars

‘Ting... ting... ting!’

Zodra Jan Hamdorff de bel van de stoomtram hoorde, rende hij naar buiten. Er waren rijke gasten uit Amerika in aantocht. Die wilde hij persoonlijk begroeten.

In een wolk van stoom kwam de tram er aan. De deuren klapten open. Jan keek naar de mensen die uitstapten. Twee boerinnen die in Amsterdam boodschappen hadden gedaan. Vier kinderen die in Weesp naar school waren geweest. Een kunstenaar die met moeite zijn ezel en zijn schilderskist in bedwang kon houden. Jan lachte vriendelijk naar de jongen. Hij was er trots op dat zijn dorp zo’n aantrekkingskracht had op jonge kunstenaars.

Een half uur later tingelde de stoombel Jan opnieuw naar buiten. Hij was net op tijd om twee spelende kinderen voor de wielen van de tram weg te sleuren. Net op tijd stond de tram stil. Meteen kwam de machinist naar buiten. ‘Bedankt, meneer Hamdorff. U heeft een ernstig ongeluk weten te voorkomen.’

‘Het leek er even op dat ons trammetje zijn naam De Gooische Moordenaar probeerde waar te maken,’ zei Jan lachend.

Maar de machinist kon zijn grapje niet waarderen. ‘U hebt met de beste bedoelingen het plan bedacht om de Gooise tram helemaal door te laten rijden naar Laren. Door uw toedoen komt de hele wereld naar Laren. Daar mag u best trots op zijn. Maar goed, ik moet weer gaan. Staat u misschien op iemand te wachten?’

‘Ja,’ zei Jan. ‘Op de Singers, een echtpaar uit Amerika.’

‘Helemaal uit Amerika? Ik zei het toch: de hele wereld. Nou, veel succes dan maar, meneer Hamdorff. Tot een volgende keer.’

Weer een half uur later was Jan druk in de weer met rinkelende potten in de keuken toen hij plotseling werd geroepen: ‘Meneer, meneer, ze zijn er... uw Amerikaanse gasten!’

Jan holde de keuken uit, de trap op. Tussen de serredeuren bleef hij staan en wiste zich het zweet van zijn voorhoofd. Hij stond oog in oog met een vrouw die hem wenkte. De man naast haar wees op hun bagage. ‘Can you help us?’ vroeg hij.

Natuurlijk kon Jan helpen. Hij was het gewend om het zijn gasten naar de zin te maken. Van jongs af aan had hij zijn ouders in de zaak geholpen. Ook in de tijd dat die nog de naam De Vergulde Wagen had. En ook al was hij nu de eigenaar van het spiksplinternieuwe Hotel Hamdorff, hij hielp iedereen. Het kon hem niets schelen dat dit echtpaar hem aanzag voor de piccolo. Ze werden vast zijn beste kunstvrienden.

Jan Hamdorff kreeg gelijk. Hij en het echtpaar Singer werden goede vrienden. Na een lang verblijf in het hotel besloten William en Anna Singer om in Laren een villa te laten bouwen: De Wilde Zwanen.

De Singers schilderden wat af. Ze verzamelden kunst van andere kunstenaars. En ze organiseerden tentoonstellingen. Zo veranderde een slaperig dorp in een levendige kunstenaarsgemeenschap. En dat allemaal omdat een aardige hoteleigenaar ervoor zorgde dat de stoomtram naar Laren kwam.

Een stoomtram, een hotel en een dorp vol kunstenaars