De letter C in Weesp

Op een koude winterochtend in december sprong de jonge Caspar van Houten vol verwachting uit bed en rende op blote voeten naar de keuken waar hij de vorige dag, voor het slapen gaan, zijn schoen had gezet.

Caspar zag het meteen, de schoen die gisteren nog leeg was, was nu gevuld met... een letter. Het was de C van Chocolade, de C van Cacao, of misschien wel de C van zijn naam: Caspar.

‘Hoe ben jij daar nou terecht gekomen?’ vroeg Caspar nieuwsgierig.

‘Dat is een lang verhaal,’ zei de letter.

‘Ik luister,’ zei Caspar.

‘Lang geleden,’ begon de letter, ‘dronken de Azteken in Mexico een drank die ze xocoatl noemden. Die drank was gemaakt van gedroogde bonen. Die bonen gebruikten de Azteken niet alleen om tot poeder te vermalen, maar ze konden er ook mee betalen. Voor tien bonen kocht je een konijn. Om een slaaf te kopen, moest je honderd bonen betalen. Een zo’n slaaf kocht zich vrij. Hij nam een hele bos jonge cacaoboompjes mee en stak de oceaan over naar Afrika. Hij kwam terecht in een land dat Ghana heette. Daar plantte hij de boompjes in de vruchtbare grond. Een paar jaar later begon hij met het oogsten van de vruchten. Hij haalde de bonen eruit, droogde ze en begon een handeltje in cacaobonen.’

‘Dat verhaal ken ik,’ zei Caspar. ‘Ghana is het land waar mijn opa en mijn vader de cacaobonen kopen voor hun chocoladefabriek.’

De letter luisterde niet en ging door met zijn verhaal: ‘In het jaar 1815 begon Casparus van Houten, een jonge Amsterdammer, met het maken van chocolademelk. In een klein fabriekje aan de Prinsengracht stonden reusachtige tredmolens waarin mensen liepen. Door het ronddraaien van het apparaat werden de cacaobonen vermalen tot een dikke pasta. Door daar melk aan toe te voegen werd er chocolademelk van gemaakt. Sommige bakkers deden de pasta door hun koekjes en hun cakes, maar dat vond niemand lekker. De koekjes en de cakes werden veel te vet. De baas van de fabriek kreeg een zoon die hij Coenraad noemde. Gelukkig hield de zoon al net zoveel van chocolade als zijn vader. Samen bedachten ze een machine die het vet uit de cacaobonen kon persen. Van de brokken die nu overbleven, kon cacaopoeder worden gemaakt. En van die poeder maakten ze niet alleen chocolademelk, maar ook repen. En natuurlijk: letters.’

‘Nu weet ik nog niets,’ zei Caspar teleurgesteld. ‘Ik vroeg je hoe je in mijn schoen terecht gekomen was.’

‘Dat ga ik je niet verklappen,’ zei de C. ‘Dat is het geheim van Sinterklaas.’

‘Nou je wordt bedankt,’ zei Caspar. ‘Maar alles wat je vertelde wist ik al lang. Die Caspar van Houten is mijn opa. Coenraad van Houten is mijn vader. Als ik later groot ben, is de fabriek van mij. Maar ik zal je wel vertellen: er zijn heel veel dingen die ik anders ga aanpakken.’

‘Vertel,’ zei de letter.

‘Om te beginnen,’ begon Caspar. ‘Jullie letters zijn niet eerlijk. ‘De ene letter is veel groter dan de andere letter. Als je naam begint met de M van Martin, krijg je veel meer chocolade dan als je Ingrid heet.’

‘Daar kunnen wij letters toch niets aan doen?’ protesteerde de C.’

‘Maar wij wel,’ antwoordde Caspar. ‘Zodra ik de baas ben in de fabriek, zorg ik dat alle letters van het alfabet even zwaar wegen.’

‘Goed bedacht,’ zei de chocoladeletter. ‘En verder?’

‘Aan de chocolade kan ik niet meer zoveel verbeteren,’ legde Caspar uit. ‘Ik ga ervoor zorgen dat onze chocolade over de hele wereld bekend wordt. Reclame, dat is het geheim van succesvol ondernemen. Als het lukt, bouw ik de grootste fabriek in Weesp. In mijn fabriek werken wel duizend mensen. En als ik dan rijk ben, bouw ik de mooiste villa van Weesp. Het wordt een villa met 99 kamer. Als dat huis af is, noem ik het naar mijn opa: Casparus.’

‘Goed bedacht,’ zei de letter. ‘En wat nu?’

‘Nu ga ik je opeten,’ zei Caspar. ‘Want dat is nu eenmaal wat er met alle chocoladeletters moet gebeuren.

En zo is het gegaan.

 

De letter C in Weesp