Porselein Pioniers in Weesp
In Weesp wordt het eerste porselein in Nederland gemaakt in de 18e eeuw.
Weesper porselein is heel kostbaar, bijzonder en ook nogal breekbaar. Alleen de allerrijksten kunnen in die tijd zo’n prachtig koffie- of theeservies kopen. Om bijvoorbeeld in een theehuis aan de rivier de Vecht heel sjiek kostbare thee uit te drinken. En dan te bedenken dat nu bijna alle wc-potten gemaakt zijn van porselein.
Het is niet makkelijk om porselein te maken. Je hebt verschillende grondstoffen nodig die allemaal uit Duitsland en België. Dat gaat met een zeilboot of een paard met wagen, je bent dus wel even bezig om alleen al de juiste spullen bij elkaar te krijgen.
Deze grondstoffen moet je met elkaar mengen in de juiste hoeveelheid (verhouding). Het is een goed bewaard geheim, maar dat speciale recept kijken de porseleinmakers in Weesp van een andere porseleinfabriek in Duitsland af. Dus dat komt wel goed.
De vorm mag niet te dun en niet te dik. Porseleinmakers uit Duitsland, België en Frankrijk werken in de porseleinfabriek in Weesp. Zij kunnen het al, maar zelfs dan zakken de vormen nog regelmatig als een pudding in elkaar.
Is het toch gelukt, dan kan de theepot, het kopje, de theebus, het bord, of misschien een sauskom in een hele hete oven gebakken worden. En dat is weer een kunst op zich. Het kost wel dagen voordat de porseleinoven de juiste temperatuur heeft. En het is altijd spannend als de vormen uit de oven komen. Lang niet alles komt er ook in de juiste vorm weer uit. Deze misbaksels worden dan afgekeurd en weer vermalen, zodat je er weer porseleinklei van kan maken en opnieuw kan beginnen.
Na het bakken worden de goed gelukte serviesstukken pas beschilderd en krijgen nog een extra glanzende laag (het glazuur). De mooiste bloemen, landschappen, dames en heren, exotische vogels en kleurrijke afbeeldingen worden op het porselein geschilderd. Dat is ongelooflijk knap van de porseleinschilders, want hun verf is alleen in verschillende kleuren bruin, bruin en nog eens bruin. Pas als de vormen uit de oven komen, dan pas zijn de kleuren door de hete temperaturen zichtbaar.
En je voelt het misschien wel aan komen, dat gaat ook lang niet altijd goed. Kleuren zijn doorgelopen of misschien te bruin gebleven. Het aller, aller moeilijkste is het aanbrengen van gouden versieringen. Maar wel heel mooi.
Het valt dus niet mee om Weesper porselein te maken.
Als er dan een klein bakfoutje (een donkerbruin puntje) op een schoteltje of een kopje zit, dan hoeft dat niet gelijk de prullenbak in. Daar hebben ze een mooie oplossing voor bedacht. Ze schilderen gewoon een blaadje, een bij, een lieveheersbeestje of een fantasie insect over het bakfoutje heen. Zo komt het toch nog goed.
De porseleinfabriek in Weesp heeft maar tien jaar bestaan. Het blijkt moeilijk om alle grondstoffen naar Weesp te krijgen. Ook zijn er porseleinfabrieken in Engeland die goedkopere serviezen maken.
Dominee Mol uit Loosdrecht was niet alleen predikant maar interesseerde zich ook in het bedrijfsleven. Hij wilde iets goeds doen voor Loosdrecht en neemt de hele inboedel van de fabriek in Weesp over en richt een nieuwe porseleinfabriek op. Fabriek De Distel heeft meer dan honderd jaar bestaan. Dominee Mol speelt daarmee een sleutelrol in het behoud van de porseleintraditie in Nederland met de kennis en de machines van de porselein pioniers uit Weesp.
