Mies in Hilversum, de televisiehoofdstad van het land

Er was een tijd dat alle mensen in Nederland elke dag naar de radio luisterden. Ze spitsten hun oren voor het nieuws. Ze neurieden mee met muziek en genoten van hoorspelen, zeg maar: toneelstukjes voor het oor.

In de Philipsfabriek in Eindhoven werd hard gewerkt aan iets nieuws. Het was een toestel waar je niet alleen naar luisterde, maar ook naar keek. Een kijkkast. Een beeldbuis. Een radio voor het oog.

De vader van Mies Bouwman was een echte radioman. Hij zat in het bestuur van de KRO. In dat bestuur werd over de nieuwe uitvinding gepraat.

‘Wat gaan we doen?’ vroeg de voorzitter.

‘Ik stel voor om mee te gaan met de tijd,’ zei meneer Bouwman. ‘Maar het maken van televisie is niet eenvoudig. We hebben een studio nodig met cameramensen en met omroepsters die de programma’s aankondigen.’

‘Ik weet het niet, hoor,’ zei de voorzitter aarzelend. ‘Er zijn in het hele land nog maar vijfhonderd mensen met zo’n apparaat in huis. Die dingen zijn verschrikkelijk duur!’

‘Dat worden er vast snel meer,’ zei meneer Bouwman. ‘Het gaat allemaal gebeuren in Hilversum. De VARA en de AVRO gaan daar al snel uitzendingen verzorgen.’

Dat gaf de doorslag. Niemand van het bestuur wilde achterblijven.

Die avond zei meneer Bouwman tegen zijn dochter: ‘Zeg, Mies, de KRO heeft een omroepster nodig. Is dat niet wat voor jou?’

Een paar weken later deed Mies auditie.

In de gang van de Hilversumse studio zat een hele rij meisjes zenuwachtig te wachten. Een voor een werden ze naar binnen geroepen. Eindelijk was Mies aan de beurt. Ze moest een stukje voorlezen. Ze moest vriendelijk in de lens van de camera kijken. En ze moest allerlei vragen beantwoorden. Bijvoorbeeld: ‘Zeg Mies, als nou per ongeluk het geluid uitvalt terwijl je aan het presenteren bent, wat doe je dan?’

‘Nou,’ zei Mies, ‘Dat zeg ik dan gewoon.’

Alle streng kijkende heren achter de tafel barstten in lachen uit.

‘Ik heb het helemaal verknald,’ zei Mies toen ze thuiskwam.

Maar Mies had het mis. Ze werd uitgekozen.

In 1951 kwam ze voor het eerst op de buis.

‘We gaan nu kijken naar een demonstratie pottenbakken,’ zei ze vrolijk. De kop was eraf.

In vijfhonderd huisgezinnen werd nieuwsgierig gekeken naar de opgewekte jonge vrouw die wat stijfjes en deftig vertelde wat er die avond te zien was.

Dat aankondigen van programma’s deed Mies vanaf dat moment om de twee weken op een dinsdag- of donderdagavond. Meer uitzendingen waren er niet.

Daar kwam wel snel verandering in.

Een jaar later mocht Mies een praatprogramma leiden. Het woord talkshow werd geboren.

Nog wat later presenteerde ze een quiz. Heel Nederland was verliefd op haar vriendelijke stem en haar vrolijke lach. Als Mies op de buis was, gingen mensen die geen eigen toestel hadden, voor de etalages van elektronicawinkels staan om maar niets te hoeven missen. Het was ook heel gebruikelijk om bij buren aan te bellen en te vragen: ‘Mag ik misschien bij jou naar Mies kijken?’

En dan was het heel normaal om als antwoord te krijgen: ‘Ja, hoor. Voor vijf cent per persoon. Dan krijg je er een glaasje ranja bij.’

Tien jaar nadat Mies Bouwman voor het eerst op tv was, waren er al een miljoen tv toestellen in het land. Hilversum werd de televisiehoofdstad van Nederland.

Onvergetelijk werd de uitzending waarin Mies vierentwintig uur lang geld inzamelde voor een goed doel. Dat doel was het bouwen van een dorp voor mensen met een handicap. Open het dorp heette de actie. Mies praatte de hele boel aan elkaar. Duizenden mensen kwamen naar de studio om emmers, teilen en dozen vol met geld te brengen. Zeven miljoen mensen keken naar de uitzending. Open het dorp werd de succesvolste inzamelingsactie die ooit was gehouden.

Mies trouwde met Leen Timp. Leen begon bij de televisie als cameraman. Hij klom op tot regisseur. Mies en Leen kregen vier kinderen.

Op een dag zat het hele gezin aan de keukentafel spelletjes te doen. Op tafel lag een dienblad met allerlei voorwerpen erop: een tandenborstel, een stukje zeep, een lepel, twee eieren, een kurkentrekker, een pakje boter, een plakje koek... De kinderen mochten twintig tellen naar de voorwerpen kijken. Daarna gooide Mies er een theedoek overheen. Het kind dat het grootste aantal voorwerpen had onthouden, was de winnaar.

‘Zo’n spel zouden we op de televisie ook kunnen spelen,’ zei Mies.

‘Met een theedoek?’ vroeg Leen zich hardop af.

‘We laten mensen over het podium paraderen,’ zei Mies. ‘Die mensen laten allerlei voorwerpen zien.’

‘Of een lopende band,’ verzon Leen.

‘Met voorwerpen die de mensen kunnen winnen,’ bedacht Mies. ‘We beginnen de avond met acht kandidaten. Bij elk onderdeel vallen er een paar kandidaten af. Aan het eind doen we een quiz. De winnaar van die quiz krijgt allerlei voorwerpen te zien. Alle dingen die hij heeft onthouden krijgt hij mee naar huis.’

‘En hoe kom je dan aan al die prijzen?’ vroeg Leen zich af.

‘Die koop ik gewoon zelf,’ zei Mies. ‘Bij de Bijenkorf.’

Een idee was geboren.

De spelshow Eén van de acht werd een doorslaand succes. Het hele land leefde mee met de acht kandidaten. Na allerlei spelletjes en opdrachten bleven er twee kandidaten over. Die moesten één voor één op een modern kuipstoeltje gaan zitten.

Mies zei plechtig: ‘Licht uit, spot aan.’

Daarna stelde ze een aantal vragen. De winnaar van de quiz mocht plaatsnemen achter de lopende band. Zodra de band liep, hield het hele land de adem in. Hoeveel prijzen zou de winnaar straks kunnen opnoemen? Daar kwamen de voorwerpen al aan: een strijkijzer, een parasol, twee tennisrackets, een haarföhn, een vraagteken van karton, een trein met vier wagonnetjes, een plant, een schilderijtje, een...

Na een minuut riep Mies: ‘Stop de band.’

En daar begon de zenuwachtige spelkandidaat met het opnoemen van alle prijzen: ‘Ik zag een stofzuiger, een wereldbol, vier kegels, een vraagteken...’

En terwijl alle prijzen op het podium werden uitgestald, riep Mies enthousiast: ‘Dit is allemaal voor u. Maar... dat is nog lang niet alles. Dat treintje met de vier wagonnetjes is niet zomaar een treintje, het is goed voor een lang weekend naar Parijs met het hele gezin. En voor dat vraagteken... krijgt u een... spiksplinternieuwe kleurentelevisie!’

Die kleuren-tv was de uitvinding van de eeuw. Jarenlang hadden de mensen thuis naar hun sneeuwerige zwart-witbeeldbuis gekeken. Nu was Mies in vol ornaat in kleur te zien. Mies in haar groene, oranje, bruine of paarse broekpakken.

Toen Mies in 1993 afscheid nam van haar werk bij de televisie schreven alle kranten: ‘Wat jammer dat ze ermee stopt, onze koningin van de Nederlandse televisie.’

 

 

 

Mies in Hilversum, de televisiehoofdstad van het land