Van bakstenen muur naar blauw glazuur

Van bakstenen muur naar blauw glazuur: het Muiderslot door de eeuwen heen

Na een lange rit trekt graaf Floris de Vijfde aan de teugels van zijn paard. Samen met zijn trouwste ridder heeft hij uren gereden, ze komen eindelijk tot stilstand. Nu hebben ze gevonden wat ze zoeken!

Voor hen ligt een kleine heuvel, omringd door gras en water. Vanaf hier kijken ze uit op de schepen op de Zuiderzee. Een rivier stroomt het land in. Floris kijkt naar zijn ridder, knikt en wijst vastberaden naar de grond.

"Hier," zegt hij met zijn zware stem. "Hier bouwen we het kasteel!"

Een kasteel bouwen in de middeleeuwen, dat doe je niet zomaar. Er zijn nog geen kranen, graafmachines of bulldozers. Alles moet met de hand.

Floris verzamelt de sterkste mannen. Naast de bouwplaats wordt een oven neergezet om stenen in te bakken. Metselaars stapelen de stenen op elkaar. Timmerlieden bouwen een stevige houten ophaalbrug en een grote poort. Het kost jaren van hard werken en vooral… veel geduld.

De muren van het kasteel moeten niet alleen stormen doorstaan, maar ook vijanden buiten de deur houden. Ze worden zo hoog gebouwd dat je er moeilijk overheen kan klimmen. Voor extra veiligheid wordt er een diepe slotgracht gegraven. De enige weg naar binnen is via de ophaalbrug. Maar als de vijand eraan komt, wordt de brug snel omhooggetrokken.

Wonen in een kasteel klinkt misschien als een sprookje, maar dat is het niet. Binnen is het donker en koud. Ramen zijn er niet. Het enige licht komt in kleine strookjes door de schietgaten naar binnen. De wind waait er zo doorheen. 's Avonds moeten de bewoners dicht tegen elkaar aankruipen bij het haardvuur om warm te blijven. Hier vertellen ze de spannendste verhalen aan elkaar en spelen ze de leukste spelletjes.

Moet je naar de wc? Dan heb je geen andere keuze: met je billen bloot op de poepdoos. In de middeleeuwen noemen ze dat een ‘gemakje’. Dit is een klein kamertje dat uitsteekt uit de muur van het kasteel. En waar gaat je poep en plas dan naartoe? Recht naar beneden, de slotgracht in. Stel je eens voor hoe dat eruitziet in de winter, als alles bevriest… Brrr!

Invoegen tekening tijdmachine! Uit verhaal pinetum.

Honderden jaren na graaf Floris de Vijfde krijgt het Muiderslot een nieuwe, bekende bewoner: Pieter Corneliszoon (P.C.) Hooft. Hij is drost en baljuw – een soort burgemeester – van het Gooiland en mag daarom in het mooiste huis van de omgeving wonen.

Maar als hij het kasteel voor het eerst binnenkomt, schrikt hij zich een hoedje! Hier kan ik toch niet met mijn gezin wonen? denkt hij. De kamers zijn donker en koud. En schietgaten in een huis! Dat is toch allesbehalve gezellig?!

Om het kasteel meer huiselijk te maken, laat hij ramen bouwen voor meer licht. De muren worden geschilderd, grote houten meubels vullen de kamers en prachtige schilderijen geven kleur aan de ruimte.

Is het nu wél een sprookje om op een kasteel te wonen? Nee, hoor! In de winter is het nog steeds ijskoud. Daarom komt Pieter alleen in de zomer met zijn gezin naar het Muiderslot. Voor het kasteel laat hij groene tuinen aanleggen, waar hij urenlang doorheen dwaalt. De natuur inspireert hem om eindeloos te schrijven aan gedichten en toneelstukken. Nog steeds lezen mensen graag zijn werk. Daarmee is hij heel beroemd geworden.

Toch kan het Muiderslot soms eenzaam aanvoelen voor Pieter, zijn vrouw en kinderen. Zijn vrienden uit Amsterdam komen soms langs voor meer gezelligheid. In de grootste en mooiste zaal van het kasteel lezen ze elkaar dan gedichten voor. Als het stil wordt, kijken ze naar de Delfts blauwe tegeltjes achter de haard. Daarop staan bijzondere dieren uit verre landen. Ze bedenken spannende nieuwe verhalen en kunnen zo tot in de late uren doorpraten.

Ook de kinderen halen hun inspiratie uit deze zaal. Langs de muren, laag bij de grond, zijn tegeltjes met kinderspelletjes afgebeeld. Kruipend over de vloer zoeken ze naar iets nieuws om te doen, terwijl hun ouders rond het haardvuur zitten.

Opdracht: Ontwerp je eigen tegeltje!

In de tijd van P.C. Hooft zijn de tegeltjes niet alleen mooi om naar te kijken, maar vertellen ze ook verhalen. Nog steeds kan je langs deze tegeltjes dwalen in de kamers van het Muiderslot. Ook in andere oude huizen kom je ze wel eens tegen. Delftsblauwe tegeltjes zijn meestal wit, met blauwe tekeningen van bloemen, schepen, dieren of mensen in oude kleding. Wat teken jij op je tegeltje?

Van bakstenen muur naar blauw glazuur