De Tafelberg in Huizen
Met een angstige blik keek Johanna om zich heen. Op station Weesperpoort krioelde het werkelijk van de mensen. Overal namen kinderen afscheid van hun ouders. Het waren allemaal kinderen die net als Johanna uit de Jordaan kwamen. Allemaal kinderen die voor het eerst in hun leven een weekje op pad gingen zonder ouders. Op het volle perron stonden ook heel andere kinderen te wachten. Dat waren geen bleekneusjes, maar wijsneuzen die verveeld rondkeken, of ze de hele wereld al hadden gezien.
Toen de stoomtram stopte, wandelden die welgestelde kinderen met hun ouders meteen door naar het 1e klas rijtuig.
Johanna aarzelde. Wat moest ze doen?
‘Ben je alleen?’ klonk het vriendelijk naast haar.
Blij keek Johanna op. Ze herkende meteen de stem van zuster Louise, de zuster die bij haar thuis was geweest en die haar ouders ervan had overtuigd dat een weekje in de natuur haar goed zou doen. Snel greep ze de hand van de zuster stevig vast.
‘Er zijn vast wel kinderen die je kent,’ zei zuster Louise.
Ze stapten samen in. Johanna was niet van plan om de hand van de zuster ooit nog los te laten. Maar toen ze plotseling Nel en Dirkje zag, twee meisjes die bij haar om de hoek woonden, liet ze los. Ze kropen naast elkaar op een van de houten banken in hun 3e klas rijtuig. Johanna bij het raampje.
‘Spannend, hè?’ zei Dirkje.
‘Hoe heet het ook alweer waar we naar toegaan?’ vroeg Nel.
‘Huize Erica,’ zei Johanna meteen. ‘Dat ligt in Huizen.’ Ze had zich die namen goed ingeprent.
Onderweg keek Johanna haar ogen uit. Zuster Louise gaf uitleg.
‘Goed opletten,’ zei ze. ‘Straks komen we door Muiden. Dan steken we de Vecht over. Als je op de brug naar links kijkt, kun je het Muiderslot zien liggen.’
En even later: ‘Daar in de verte ligt het Naardermeer. Straks rijden we door de ene poort Naarden binnen en door de andere poort Naarden weer uit.’
Terwijl Johanna naar buiten keek, hoorde Dirkje de zuster uit over wat ze allemaal gingen doen, daar in het verre Huizen.
‘Een dagje naar zee, heel veel pannenkoeken eten, wandelen op de hei... En natuurlijk: een kijkje nemen op de Tafelberg. Geloof me, de gezonde lucht en het gezonde eten zal jullie goed doen.’
Johanna knikte. Ze was ervan overtuigd dat ze na deze wereldreis als een ander mens weer thuis zou komen in het benauwde benedenwoninkje in de Jordaan.
Eenmaal aangekomen op de brink in Huizen wist Johanna niet wat ze zag. Op het plein wandelden vrouwen in prachtige klederdracht. De kinderen klosten vrolijk rond op hun houten klompen.
Ze pakte weer de hand van de zuster en zei zacht: ‘Zuster Louise, ik wil hier altijd blijven.’
